المفردات
361 كلمة · صفحة 2 من 15
het schaapB2
خروف
De schapen begrazen de dijk.
de schaarA1
مقص
Heb je een schaar voor me?
de schaarsteB2
ندرة
Er is schaarste aan schoon drinkwater.
de schadeB1
ضرر
De storm heeft veel schade aan de daken veroorzaakt.
de schadeclaimB2
مطالبة بالتعويض
De schadeclaim is toegewezen.
de schaduwB1
ظل
Ga even in de schaduw zitten.
het schapB2
رف العرض
Het schap moet elke ochtend worden aangevuld.
de schaterlachB2
قهقهة
Er ging een schaterlach door de zaal.
de schattingB2
تقدير
Volgens een voorzichtige schatting gaat het om duizend mensen.
de schedelB2
الجمجمة
De schedel beschermt de hersenen.
de scheepvaartB2
الشحن البحري، الملاحة
De scheepvaart lag stil door het ijs.
de scheidsrechterB2
الحكم
De scheidsrechter gaf een gele kaart.
de scheikundeB2
الكيمياء
Scheikunde vond hij het moeilijkste vak.
de schenkingB2
هبة مالية
Over een grote schenking betaal je belasting.
het schermA2
شاشة (عرض)
Het scherm van mijn laptop is kapot.
het schiereilandB2
شبه جزيرة
Het schiereiland steekt ver in zee.
het schilderijA2
لوحة
Het schilderij hangt in het Rijksmuseum.
de schildklierB2
الغدة الدرقية
Een trage schildklier maakt je moe.
de schimmelA2
عفن
In de badkamer zit schimmel op de muur.
het schipA2
سفينة
Het schip vaart vanavond van Rotterdam naar Engeland.
de schoenA1
فردة حذاء
Deze schoen past niet, hij is te klein.
de schoffelB2
معزقة
Met een schoffel haal je het onkruid weg.
de schoolA1
مدرسة
Mijn kinderen gaan hier naar school.
het schoolbestuurB2
إدارة المدرسة
Het schoolbestuur nam het besluit.
het schoolexamenB2
امتحان المدرسة
Het schoolexamen telt mee voor je eindcijfer.

