المفردات
4 كلمة · صفحة 1 من 1
radenA1شاذّ
raadde · raadden · hebben geraden
يخمّن
Raad eens wie ik zag!
rijdenA2شاذّ
reed · reden · hebben/zijn gereden
يقود
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
roepenA1شاذّ
riep · riepen · hebben geroepen
ينادي
Roep me als je klaar bent.
ruikenA2شاذّ
rook · roken · hebben geroken
يشم
Het ruikt hier lekker.

