المفردات
22 كلمة · صفحة 1 من 1
kamperenB1
kampeerde · hebben gekampeerd
يخيّم
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
kennenA1
kende · hebben gekend
يعرف (شخصا)
Ken je die man?
kiemenB2
kiemde · zijn gekiemd
ينبت
De zaden kiemen na een week.
kiezenA1شاذّ
koos · kozen · hebben gekozen
يختار
Je moet zelf kiezen.
kijkenA1شاذّ
keek · keken · hebben gekeken
ينظر، يشاهد
We kijken vanavond naar een film.
klaarmakenA2قابل للانفصال
maakte klaar · hebben klaargemaakt
يجهّز
Ik maak het eten klaar.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
يشتكي
De buren klagen over het lawaai.
klikkenA2
klikte · hebben geklikt
ينقر
Klik op de blauwe knop om verder te gaan.
klinkenB1شاذّ
klonk · klonken · hebben geklonken
يبدو (صوتيًا)
Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
يكون صحيحا؛ يطرق
Klopt dit adres?
klussenB1
kluste · hebben geklust
يقوم بأعمال إصلاح منزلية
Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.
knikkenB2
knikte · hebben geknikt
يومئ برأسه
Hij knikte instemmend.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
يقص
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
koesterenB2
koesterde · hebben gekoesterd
يعتز بـ
Zij koestert de herinnering aan die zomer.
kokenA2
kookte · hebben gekookt
يطبخ
Wie kookt er vanavond?
يغلي
Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.
komenA1شاذّ
kwam · kwamen · zijn gekomen
يأتي
Kom je vanavond ook?
kopenA1شاذّ
kocht · kochten · hebben gekocht
يشتري
Ik koop brood bij de bakker.
koppelenB2
koppelde · hebben gekoppeld
يربط (جهازًا)
Je kunt je telefoon aan de auto koppelen.
kostenA2
kostte · hebben gekost
يكلّف
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
تكاليف
De kosten vallen mee.
krijgenA1شاذّ
kreeg · kregen · hebben gekregen
يحصل على
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1شاذّ
kon · konden · hebben gekund
يستطيع
Kun je mij helpen?
kwetsenB2
kwetste · hebben gekwetst
يجرح المشاعر
Die opmerking kwetste haar diep.

