المفردات
215 كلمة · صفحة 6 من 9
de knieA1
ركبة
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
de knoopB2
زر
Er is een knoop van het overhemd af.
عقدة
Hij legt een stevige knoop in het touw.
het knooppuntB2
نقطة تقاطع المسار
Volg de knooppunten 12, 15 en 21.
de koeB2
بقرة
De koeien staan sinds april buiten.
de koekA1
بسكويت
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koekenpanB2
مقلاة
Verhit de koekenpan eerst goed.
de koelkastA1
ثلاجة
De melk staat in de koelkast.
de koelketenB2
سلسلة التبريد
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
de koerswinstB2
الربح الرأسمالي
Over koerswinst betaal je hier geen belasting.
de kofferA2
حقيبة سفر
Mijn koffer is te zwaar.
de koffieA1
قهوة
Zullen we een kopje koffie drinken?
de kokB2
طاهٍ
De kok maakt alles zelf klaar.
de kolonieB2
مستعمرة
Suriname was tot 1975 een kolonie.
de komkommerA1
خيار
Snijd de komkommer in plakjes.
het konijnB2
أرنب
In de duinen zie je veel konijnen.
de koningA1
الملك
De koning opende het parlementaire jaar.
de koninginA2
الملكة
De koningin bezocht het ziekenhuis.
de KoningsdagA2
يوم الملك
Op Koningsdag is het hele land oranje.
het koningshuisB2
البيت الملكي
Het koningshuis heeft vooral een ceremoniële rol.
het koninkrijkB1
مملكة
Nederland is een koninkrijk met een koning als staatshoofd.
het kookboekA2
كتاب طبخ
Dit recept staat in mijn kookboek.
het kookpuntB2
نقطة الغليان
Het kookpunt van water ligt op honderd graden.
de koolA1
ملفوف
In de winter eten we vaak kool.
فحم
Vroeger stookten ze de kachel op kool.
het koolhydraatB2
كربوهيدرات
Brood bestaat vooral uit koolhydraten.
het koopgedragB2
سلوك الشراء
Het koopgedrag van consumenten is veranderd.

