المفردات
146 كلمة · صفحة 1 من 6
het haarA1
شعر
Zij heeft lang haar.
ـها (ضمير ملكية للمؤنث)
Anna zoekt haar sleutels in haar tas.
de haastA2
عجلة
Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.
de hagelB2
البَرَد
De hagel beschadigde de gewassen.
de hagelslagA1
رقائق الشوكولاتة
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
de halteA2
موقف
De halte is om de hoek.
de hamA1
لحم مقدد
Ik neem een boterham met ham.
de hamerB2
مطرقة
Sla de spijker met de hamer erin.
de handA1
يد
Was je handen voor het eten.
de handdoekA1
منشفة
De handdoek hangt in de badkamer.
de handelB1
تجارة
De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.
de handelsbalansB2
الميزان التجاري
Nederland heeft een positieve handelsbalans.
de handelsgeestB2
الروح التجارية
De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.
het handelsoverschotB2
الفائض التجاري
Nederland heeft een groot handelsoverschot.
het handelsregisterB2
السجل التجاري
Elk bedrijf staat in het handelsregister.
het handgebaarB2
إشارة باليد
Datzelfde handgebaar betekent elders iets anders.
de handhavingB2
تطبيق القواعد
Zonder handhaving blijft de regel een papieren tijger.
de handhygiëneB2
نظافة اليدين
Goede handhygiëne voorkomt de meeste besmettingen.
de handicapB2
إعاقة
Met een handicap heb je recht op aanpassingen.
de handleidingB2
دليل الاستخدام
De handleiding staat online in zes talen.
de handtekeningA2
توقيع
Zet hier onderaan het formulier uw handtekening.
de haringB2
الرنجة
Verse haring eet je met ui.
de harkB2
مِجرفة أسنان
Hark de bladeren bij elkaar.
het hartA1
قلب
Mijn hart klopt snel.
de hartelijkheidB2
الود
De hartelijkheid van de buren viel op.
het hartfilmpjeB2
تخطيط القلب
Er werd meteen een hartfilmpje gemaakt.

