Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

7 كلمة · صفحة 1 من 1

  • gaanA1شاذّ

    ging · gingen · zijn gegaan

    يذهب

    Ik ga morgen naar Amsterdam.

  • zich gedragenB1انعكاسيشاذّ

    gedroeg · gedroegen · hebben gedragen

    يتصرّف

    De kinderen gedroegen zich keurig op het feest.

  • geldenA2شاذّ

    gold · golden · hebben gegolden

    يسري، ينطبق

    Deze regel geldt voor iedereen.

  • genezenA2شاذّ

    genas · genazen · hebben/zijn genezen

    يشفى، يُشفي

    De wond is goed genezen.

  • genietenA1شاذّ

    genoot · genoten · hebben genoten

    يستمتع

    Ik geniet van het rustige weekend.

  • gevenA1شاذّ

    gaf · gaven · hebben gegeven

    يعطي

    Geef mij het zout, alsjeblieft.

  • grijpenB2شاذّ

    greep · grepen · hebben gegrepen

    يمسك بسرعة

    Hij greep snel zijn tas en rende naar de bus.