المفردات
386 كلمة · صفحة 1 من 16
de baanA2
وظيفة
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
حارة مرورية؛ مضمار
Op de snelweg is de rechter baan afgesloten.
de baardA2
لحية
Mijn broer heeft sinds de zomer een baard.
de baasA2
رئيس العمل
Mijn baas is vandaag afwezig.
het baasjeB2
صاحب الحيوان
Het baasje moet de hond opruimen.
de babbeltrucB2
خدعة كلامية
Ouderen zijn vaak slachtoffer van een babbeltruc.
de babyA1
طفل صغير
De baby slaapt nu.
de babyborrelB2
حفل استقبال المولود
Op de babyborrel waren veertig mensen.
de bachelorB2
بكالوريوس
Na je bachelor kun je doorstuderen.
de bacterieB2
بكتيريا
Niet elke bacterie is schadelijk.
de badkamerA1
حمام
De badkamer is boven.
de badkuipA2
حوض استحمام
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
أمتعة
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakkerA2
مخبز
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
كرة
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
مكتب الاستقبال
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
de baliemedewerkerB2
موظف الاستقبال
De baliemedewerker hielp mij snel.
het balkonA2
شرفة
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
موزة
Wil je een banaan?
de bandA2
إطار
Mijn band is lek.
het banenverliesB2
فقدان الوظائف
Automatisering kan leiden tot banenverlies.
de bankA2
بنك
Ik heb een rekening bij deze bank.
أريكة؛ مقعد
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
het bankafschriftB1
كشف حساب بنكي
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
de bankkostenB1
رسوم البنك
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
de bankrekeningA2
حساب بنكي
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de barB1
حانة، منضدة
We drinken na het werk iets aan de bar.

