Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

18 كلمة · صفحة 1 من 1

  • aanbiedenA2قابل للانفصالشاذّ

    bood aan · boden aan · hebben aangeboden

    يعرض (المساعدة)

    Zij bood aan om te helpen.

  • aandringenB1قابل للانفصالشاذّ

    drong aan · drongen aan · hebben aangedrongen

    يُلحّ

    Hij bleef aandringen op een antwoord.

  • aangevenB1قابل للانفصالشاذّ

    gaf aan · gaven aan · hebben aangegeven

    يُشير؛ يُبلّغ

    Geef op het formulier aan of u allergieën heeft.

  • aankomenA2قابل للانفصالشاذّ

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    يصل

    Wij komen om acht uur aan.


    يزيد وزنه

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • aannemenB1قابل للانفصالشاذّ

    nam aan · namen aan · hebben aangenomen

    يوظّف؛ يقبل؛ يفترض

    Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.


    يفترض

    Ik neem aan dat je morgen ook komt.

  • aanradenB1قابل للانفصالشاذّ

    raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden

    ينصح

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanschuivenB2قابل للانفصالشاذّ

    schoof aan · schoven aan · zijn aangeschoven

    ينضم إلى المائدة

    Schuif gerust aan, er is genoeg.

  • zich aansluitenB2قابل للانفصالانعكاسيشاذّ

    sloot aan · sloten aan · hebben aangesloten

    ينضمّ إلى

    Wil je je bij onze groep aansluiten?

  • aansprekenB1قابل للانفصالشاذّ

    sprak aan · spraken aan · hebben aangesproken

    يخاطب

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • aanvragenB1قابل للانفصالشاذّ

    vroeg aan · vroegen aan · hebben aangevraagd

    يقدم طلبا

    Je kunt de toeslag online aanvragen.

  • afdingenB2قابل للانفصالشاذّ

    dong af · dongen af · hebben afgedongen

    يساوم

    Op een markt mag je afdingen.

  • aflopenB1قابل للانفصالشاذّ

    liep af · liepen af · zijn afgelopen

    ينتهي (صلاحيته)

    Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.

  • afsluitenB1قابل للانفصالشاذّ

    sloot af · sloten af · hebben afgesloten

    يُبرم (عقدًا)؛ يُغلق

    Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.

  • afsprekenB1قابل للانفصالشاذّ

    sprak af · spraken af · hebben afgesproken

    يتفق

    Zullen we iets afspreken voor vrijdag?

  • zich afvragenB1قابل للانفصالانعكاسيشاذّ

    vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd

    يتساءل

    Ik vraag me af of dat wel klopt.

  • afwassenA2قابل للانفصالشاذّ

    waste af · wasten af · hebben afgewassen

    يغسل الأطباق

    Wie wast er vanavond af?

  • afwijzenB1قابل للانفصالشاذّ

    wees af · wezen af · hebben afgewezen

    يرفض

    Mijn aanvraag is afgewezen.

  • afzeggenA2قابل للانفصالشاذّ

    zei af · zeiden af · hebben afgezegd

    يلغي (موعدًا)

    Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.