Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

7085 слів · сторінка 60 з 284

  • de doelgerichtheidB2

    цілеспрямованість

    Haar doelgerichtheid valt op.

  • de doelgroepB2

    цільова аудиторія

    Wie is de doelgroep van dit programma?

  • het doelpuntB1

    гол

    Hij maakte het winnende doelpunt in de laatste minuut.

  • de doelstellingB1

    мета, завдання

    We hebben onze doelstelling gehaald.

  • het doelwitB1

    мішень, ціль

    Ouderen zijn vaak het doelwit van oplichters.

  • doenA1неправильне

    deed · deden · hebben gedaan

    робити

    Wat doe je in het weekend?

  • de dokterA1

    лікар

    Ik ga morgen naar de dokter.

  • het doktersadviesB1

    рекомендація лікаря

    Volg het doktersadvies goed op.

  • de doktersassistentA2

    асистент лікаря

    De doktersassistent maakt de afspraken.

  • het doktersbezoekB1

    візит до лікаря

    Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

  • domA2

    дурний

    Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.

  • het domeinB2

    галузь, сфера

    Dit valt buiten het domein van de huisarts.

  • de domineeB2

    пастор

    De dominee sprak bij de uitvaart.

  • de donateurB2

    жертводавець

    De stichting heeft vijfduizend donateurs.

  • de donatieB2

    пожертва

    De organisatie leeft van donaties.

  • de donderdagA1

    четвер

    De les is elke donderdag.

  • donerenB2

    doneerde · hebben gedoneerd

    жертвувати

    Je kunt geld doneren aan het goede doel.

  • donkerA1

    темний

    In de winter is het om vijf uur al donker.

  • doodA2

    мертвий

    De plant is dood, want ik vergat water te geven.


    de dood

    смерть

    Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.

  • doodschietenB1відокремлюванийнеправильне

    schoot dood · schoten dood · hebben doodgeschoten

    застрелити

    In de film schiet de agent de dief niet dood.

  • de dooiB2

    відлига

    Na de dooi kwamen er gaten in de weg.

  • doorA1

    крізь; через (причина)

    We liepen door het park.

  • de doorbraakB2

    прорив

    Na lange gesprekken was er eindelijk een doorbraak.

  • doorbrekenB1неправильне

    doorbrak · doorbraken · hebben doorbroken

    проривати, ламати (стереотип)

    Zij wil de vaste patronen in haar leven doorbreken.

  • doorbrengenB1відокремлюванийнеправильне

    bracht door · brachten door · hebben doorgebracht

    проводити (час)

    We brengen de zomer door bij familie in Marokko.