Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

270 слів · сторінка 1 з 11

  • gaanA1

    йти, їхати

    Ik ga morgen naar Amsterdam.

  • gaatjeB2

    каріозна порожнина

    Er zit een gaatje in mijn kies.

  • galerijB2

    галерейний майданчик

    Alle voordeuren komen uit op de galerij.

  • gamedesignerB2

    геймдизайнер

    De gamedesigner bedenkt de spelregels.

  • gangA1

    коридор

    Zet je schoenen in de gang.

  • gansB2

    гуска

    Ganzen vreten het gras van de boeren op.

  • gapenB2

    позіхати

    Halverwege de lezing begon hij te gapen.

  • garageA1

    гараж

    De fiets staat in de garage.

  • garantieA2

    гарантія

    Er zit twee jaar garantie op.

  • garantiebewijsB2

    гарантійний талон

    Bewaar het garantiebewijs bij de doos.

  • garantietermijnB2

    гарантійний строк

    De garantietermijn is twee jaar.

  • gardeB2

    вінчик

    Klop de eieren met een garde.

  • garnaalB2

    креветка

    De garnalen worden op zee gekookt.

  • gastarbeiderB2

    гастарбайтер

    Veel gastarbeiders bleven uiteindelijk in Nederland.

  • gastheerB1

    господар (що приймає)

    Hij was een uitstekende gastheer.

  • gastvrijB1

    гостинний

    Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.

  • gastvrijheidB2

    гостинність

    Bedankt voor jullie gastvrijheid.

  • gasverbruikB2

    споживання газу

    Ons gasverbruik is gehalveerd.

  • gauwA1

    скоро

    Tot gauw!

  • gebaarB2

    жест

    Met een gebaar liet hij ons binnen.

  • gebakA1

    випічка, тістечко

    Bij de koffie was er gebak.

  • gebedB2

    молитва

    Het gebed duurt een kwartier.

  • gebeurenA2

    відбуватися

    Wat is er gebeurd?

  • gebitB2

    зубний ряд

    Zij heeft een gezond gebit.

  • gebitsverzorgingB2

    догляд за зубами

    Goede gebitsverzorging begint jong.