Словник
21 слів · сторінка 1 з 1
jaarA1
рік
Ik woon hier al drie jaar.
jaarafrekeningB2
річний перерахунок
Bij de jaarafrekening krijg je geld terug of moet je bijbetalen.
jaarlijksA1
щорічно
Er is jaarlijks een buurtfeest.
jaaropgaveB1
річна довідка про доходи
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
jaarrekeningB2
річна звітність
De jaarrekening wordt in mei gepubliceerd.
jaloersA2
заздрісний, ревнивий
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jaloezieB2
ревнощі
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
jamA1
джем, варення
Ik eet brood met jam.
januariA1
січень
Mijn cursus begint in januari.
jargonB2
жаргон
Vermijd jargon als je publiek breed is.
jarigA1
іменинник
Mijn zoon is vandaag jarig.
jasA1
куртка
Doe je jas aan, het is koud.
jeugdzorgB2
допомога дітям і підліткам
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
jongA1
молодий
Zij is nog heel jong.
jongenA1
хлопчик
Die jongen is mijn zoon.
journalistB2
журналіст
De journalist sprak met meerdere getuigen.
journalistiekB2
журналістика
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
jubileumB1
ювілей
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
juliA1
липень
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
червень
In juni beginnen de examens.
jurkA1
сукня
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

