Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

5480 слів · сторінка 6 з 220

  • de afbeeldingB1

    зображення, картинка

    Klik op de afbeelding om hem groter te maken.

  • de afbetalingB1

    оплата в розстрочку

    Ik koop de wasmachine op afbetaling.

  • afbouwenB2відокремлюваний

    bouwde af · hebben afgebouwd

    поступово скорочувати

    Hij bouwt zijn uren langzaam af.

  • de afdelingA2

    відділ

    Zij werkt op de afdeling verkoop.

  • het afdelingshoofdB2

    начальник відділу

    Het afdelingshoofd tekent voor akkoord.

  • afdingenB2відокремлюванийнеправильне

    dong af · dongen af · hebben afgedongen

    торгуватися

    Op een markt mag je afdingen.

  • de afgunstB2

    заздрість

    Zijn succes wekte afgunst bij collega's.

  • afhankelijkB1

    залежний

    Of we gaan, is afhankelijk van het weer.

  • de afkeerB2

    відраза, неприязнь

    Hij heeft een sterke afkeer van geweld.

  • de afkeuringB2

    несхвалення

    Zijn gedrag wekte brede afkeuring.

  • afkomstigB2

    походить (з)

    Deze groenten zijn afkomstig uit de regio.

  • de afkortingB2

    скорочення

    Leg elke afkorting de eerste keer uit.

  • afleidenB2відокремлюваний

    leidde af · hebben afgeleid

    виводити, робити висновок

    Uit de tekst kun je afleiden dat hij twijfelt.

  • de afleveringB1

    серія, випуск

    Heb je de laatste aflevering van die serie gezien?

  • aflopenB1відокремлюванийнеправильне

    liep af · liepen af · zijn afgelopen

    закінчуватися, спливати

    Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.

  • aflossenB1відокремлюваний

    loste af · hebben afgelost

    погашати (борг)

    We lossen de lening in tien jaar af.

  • de aflossingB2

    погашення боргу

    De aflossing gaat elke maand automatisch af.

  • de aflossingstermijnB1

    строк погашення

    De aflossingstermijn is tien jaar.

  • zich afmeldenB1відокремлюванийзворотний

    meldde af · hebben afgemeld

    скасовувати запис

    Vergeet niet je af te melden als je niet komt.

  • de afnameB2

    зменшення

    De afname is het sterkst onder jongeren.

  • afrekenenA2відокремлюваний

    rekende af · hebben afgerekend

    розрахуватися

    Ik ga even afrekenen.

  • de afscheidsreceptieB2

    прощальний прийом

    De afscheidsreceptie is vrijdagmiddag.

  • afsluitenB1відокремлюванийнеправильне

    sloot af · sloten af · hebben afgesloten

    укладати (договір); перекривати

    Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.

  • de afsluitingB1

    завершення, кінцівка

    Als afsluiting bedank je de lezer.

  • de afspraakA2

    прийом, зустріч

    Ik heb een afspraak om half drie.