Je EigenRoute
ВхідРеєстрація

Словник

500 слів · сторінка 14 з 20

  • verzorgdB2

    доглянутий, охайний

    Hij kwam er verzorgd uitzien.

  • verzorgenB1

    verzorgde · hebben verzorgd

    доглядати за

    Zij verzorgt haar moeder thuis.

  • de verzorgendeB2

    молодший медпрацівник з догляду

    De verzorgende helpt bij het opstaan.

  • het verzorgingshuisB1

    будинок для літніх людей

    Mijn oma woont in een verzorgingshuis.

  • de verzorgingsstaatB2

    держава загального добробуту

    De verzorgingsstaat staat onder druk.

  • het verzorgingstehuisB2

    будинок для літніх людей

    Haar moeder woont in een verzorgingstehuis.

  • de verzuilingB2

    «колонізація» суспільства

    Door de verzuiling had elke groep eigen scholen en kranten.

  • de verzuimbegeleidingB2

    супровід при непрацездатності

    De verzuimbegeleiding start na een week.

  • zich vestigenA2зворотний

    vestigde · hebben gevestigd

    оселитися

    Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.

  • het vetB1

    жир

    Deze snack bevat veel vet en zout.

  • de vezelB2

    клітковина

    Volkorenbrood bevat veel vezels.

  • viaA2

    через (когось, щось)

    Ik heb het nieuws via een vriendin gehoord.

  • de videoA1

    відео

    Ik heb een korte video van het feest gemaakt.

  • de videogameB2

    відеогра

    Videogames worden ook als kunstvorm besproken.

  • vierA1

    чотири

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    четвертий

    Dit is mijn vierde les.

  • vierenA2

    vierde · hebben gevierd

    святкувати

    We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.

  • vierkantA1

    квадратний

    Het plein is bijna vierkant.

  • viesA1

    брудний

    Je schoenen zijn vies.


    неприємний, несмачний (про смак, запах)

    Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.

  • vijfA1

    п'ять

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    п'ятий

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    п'ятдесят

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • vindenA1неправильне

    vond · vonden · hebben gevonden

    знаходити; вважати

    Ik kan het niet vinden.

  • de vingerA1

    палець

    Ik heb mijn vinger gesneden.

  • viraalB2

    вірусний

    Het filmpje ging viraal.