Словник
264 слів · сторінка 11 з 11
de tvA1
телевізор, ТБ
We kijken vanavond samen een film op tv.
twaalfA1
дванадцять
We eten om twaalf uur.
tweeA1
два
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
другий
Neem de tweede straat rechts.
tweedehandsA2
вживаний
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
de tweelingA1
близнюки
Zij heeft een tweeling gekregen.
de tweestrijdB2
внутрішня боротьба
Zij zat in tweestrijd over het aanbod.
de twijfelB2
сумнів
Er bestaat twijfel over de resultaten.
twijfelenA2
twijfelde · hebben getwijfeld
сумніватися
Ik twijfel nog over die opleiding.
het twijfelgevalB2
спірний випадок
Dit is duidelijk een twijfelgeval.
twintigA1
двадцять
Het kost twintig euro.
het typeB1
тип
Welk type telefoon heb jij op dit moment?
typischA2
типовий
Dat is typisch Nederlands.
de typografieB2
типографіка
Goede typografie valt niet op.

