Словник
321 слів · сторінка 12 з 13
de ov-chipkaartB2
транспортна картка
Check in met je ov-chipkaart.
de ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
de ovenschaalA2
форма для запікання
Doe alles in een ovenschaal.
de ovenschotelB2
запіканка
De ovenschotel staat een halfuur in de oven.
overA1
про; через (час)
We praten later over dit probleem.
overalA2
скрізь
Er liggen overal fietsen.
de overbelastingB2
перевантаження
Overbelasting op het werk kan tot uitval leiden.
overboekenB1відокремлюваний
boekte over · hebben overgeboekt
переказувати (гроші)
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
de overboekingB2
банківський переказ
De overboeking is nog niet verwerkt.
de overdrachtsbelastingB2
податок на перехід права власності
Starters betalen geen overdrachtsbelasting.
overdrijvenB2неправильне
overdreef · overdreven · hebben overdreven
перебільшувати
Hij overdrijft het probleem een beetje.
de overeenkomstB2
угода; схожість
Beide partijen hebben de overeenkomst gisteren getekend.
de overheidA1
держава, влада
De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.
het overheidsbeleidB2
державна політика
Het overheidsbeleid richt zich op preventie.
de overheidsbemoeienisB2
втручання держави
Sommigen vinden de overheidsbemoeienis te groot.
de overheidscontroleB2
державний контроль
Er is strengere overheidscontrole gekomen.
de overheidsdienstB1
державна служба
Deze overheidsdienst behandelt uw aanvraag.
het overheidsformulierB1
державний бланк
Overheidsformulieren zijn vaak lastig te lezen.
de overheidsinstantieB2
державна установа
Elke overheidsinstantie heeft een eigen procedure.
de overheidstaakB2
завдання держави
Veiligheid wordt algemeen gezien als een overheidstaak.
de overheidsuitgavenB2
державні витрати
De overheidsuitgaven aan zorg stijgen.
het overhemdA2
сорочка (з комірцем)
Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.
overigB2
решта, інший
De overige vragen bespreken we volgende week.
overigensB2
до речі, утім
Overigens ben ik morgen niet op kantoor.
de overlastB2
незручності, перешкоди
Bewoners klagen over overlast van het café.

