Словарь
4398 слов · страница 97 из 176
de notulenB2
протокол собрания
De notulen van de vorige vergadering zijn goedgekeurd.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
de nuanceB2
нюанс
In dit debat ontbreekt vaak de nuance.
de nuanceringB2
уточнение, оговорка
Zijn betoog mist enige nuancering.
het nuanceverschilB2
оттеночное различие
Het nuanceverschil tussen die woorden is klein.
de nuchterheidB2
трезвость взгляда
Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.
het nummerA1
номер
Wat is het nummer van je huis?
het objectB1
объект, предмет
Het museum toont objecten uit de Romeinse tijd.
de obligatieB2
облигация
Obligaties gelden als minder risicovol.
de oceaanA2
океан
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
het octrooiB2
патент
Het bedrijf vroeg octrooi aan op de techniek.
het oefenexamenB1
пробный экзамен
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
упражнение
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
материалы для тренировки
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
пробный тест
Maak eerst een oefentoets.
de oeverB2
берег реки
Langs de oever staan wilgen.
de officierB1
офицер; прокурор (officier van justitie)
De officier van justitie eist een hoge straf.
oktoberA1
октябрь
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
масло (растительное)
Bak het in een beetje olie.
de olifantA2
слон
De olifant drinkt water met zijn slurf.
de olijfA1
олива, маслина
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
бабушка
Mijn oma woont in een klein dorp.
de ombudsmanB2
омбудсмен
De ombudsman onderzocht de klacht.
de omgevingA2
окрестности, окружение
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.

