Словарь
4398 слов · страница 94 из 176
de naamA1
имя
Wat is jouw naam?
de naamswijzigingB2
смена имени
Een naamswijziging kost tijd en geld.
de naamvalB2
падеж
Het Nederlands kent nauwelijks nog naamvallen.
de nachtA1
ночь
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
ночная смена
Deze week heb ik nachtdienst.
de nachtmerrieB1
кошмар
Ik had vannacht een vreselijke nachtmerrie.
de nachtopvangB2
ночлежка
De nachtopvang zit elke winter vol.
de nachtrustB2
ночной отдых
Een goede nachtrust doet wonderen.
het nadeelB1
недостаток, минус
Het nadeel van dit huis is de afstand tot het station.
de nadrukB1
ударение, акцент
De docent legt de nadruk op uitspraak.
de nagelA1
ноготь
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
десерт
Als nagerecht is er ijs.
het najaarB1
осень (вторая половина года)
In het najaar beginnen we met de verbouwing.
de nalatenschapB2
наследственное имущество
De notaris regelt de nalatenschap.
het naslagwerkB2
справочник
Dit naslagwerk mag je niet meenemen.
de nasynchronisatieB2
дубляж
Kinderfilms krijgen nasynchronisatie.
de natieB1
нация
De koning sprak met Kerstmis de hele natie toe.
de nationaliteitB2
гражданство
Zij heeft een dubbele nationaliteit.
de naturalisatieA2
натурализация
Na naturalisatie krijg je het Nederlandse paspoort.
de natuurA2
природа
Op zondag wandelen we graag in de natuur.
het natuurbeheerB1
управление природными территориями
Natuurbeheer kost veel geld.
het natuurbehoudB2
сохранение природы
Natuurbehoud en woningbouw botsen soms.
de natuurbeschermingB1
охрана природы
Natuurbescherming is bij wet geregeld.
de natuurcompensatieB2
компенсация ущерба природе
Bij nieuwbouw is natuurcompensatie verplicht.
het natuurgebiedB2
природная зона
Dit natuurgebied is beschermd.

