Словарь
4598 слов · страница 85 из 184
de leiderB1
лидер, предводитель
De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.
het leiderschapB2
лидерство, руководство
Voor deze functie zijn leiderschap en ervaring nodig.
de leiderschapsstijlB2
стиль руководства
Zijn leiderschapsstijl is vrij directief.
de leidingB1
руководство; трубопровод
Zij heeft de leiding over het hele project.
de leidinggevendeB1
руководитель
Bespreek dat met je leidinggevende.
het leidingwerkB2
трубопроводы
Het leidingwerk zit weggewerkt in de muur.
de lengteA2
длина; рост
Wat is je lengte en je gewicht?
de leningB1
кредит, заём
Hij sloot een lening af voor de auto.
de lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
de lesA1
урок, занятие
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
учебные материалы
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
de lesmethodeB1
методика преподавания
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
het lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
de lesuitvalB1
отмена занятий
Door ziekte was er veel lesuitval.
het lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
het letselB2
телесное повреждение
Er was gelukkig geen blijvend letsel.
de letterA1
буква
Schrijf je naam met grote letters.
de lettergreepB2
слог
Dit woord heeft vier lettergrepen.
het lettertypeB2
шрифт
Kies een goed leesbaar lettertype.
de leugenB1
ложь
Dat verhaal over de hond was een leugen.
levenA1
leefde · hebben geleefd
жить
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
жизнь
Het leven hier is heel anders.
de levensbeschouwingB2
мировоззрение
Op school is er les over levensbeschouwing.
het levenseindeB2
конец жизни
Zorg rond het levenseinde is een gevoelig onderwerp.

