Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4887 слов · страница 63 из 196

  • de hagelslagA1

    шоколадная посыпка

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • de hakB2

    каблук; пятка

    Op het feest droeg zij schoenen met hoge hakken.

  • de halA2

    прихожая, холл

    Zet je schoenen maar in de hal.

  • de halsB2

    шея, горло

    Hij had een sjaal om zijn hals.

  • het haltB2

    остановка, стоп

    De politie riep halt en de man bleef staan.

  • de halteA2

    остановка

    De halte is om de hoek.

  • de hamA1

    ветчина

    Ik neem een boterham met ham.

  • de hamerB2

    молоток

    Sla de spijker met de hamer erin.

  • de handA1

    рука (кисть)

    Was je handen voor het eten.

  • de handdoekA1

    полотенце

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • de handelB1

    торговля

    De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.

  • de handelaarB2

    торговец

    De handelaar verkoopt groente op de markt.

  • de handelingB1

    действие, процедура

    Deze handeling mag alleen een arts uitvoeren.

  • de handelsbalansB2

    торговый баланс

    Nederland heeft een positieve handelsbalans.

  • de handelsgeestB2

    торговая жилка

    De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.

  • het handelsoverschotB2

    положительное сальдо торговли

    Nederland heeft een groot handelsoverschot.

  • het handelsregisterB2

    торговый реестр

    Elk bedrijf staat in het handelsregister.

  • het handgebaarB2

    жест рукой

    Datzelfde handgebaar betekent elders iets anders.

  • de handhavingB2

    обеспечение соблюдения правил

    Zonder handhaving blijft de regel een papieren tijger.

  • de handhygiëneB2

    гигиена рук

    Goede handhygiëne voorkomt de meeste besmettingen.

  • de handicapB1

    инвалидность

    Met een handicap heb je recht op aanpassingen.

  • de handleidingB2

    руководство

    De handleiding staat online in zes talen.

  • de handschoenB2

    перчатка

    Met deze kou draag ik altijd handschoenen.

  • het handschriftB2

    почерк; рукопись

    Ik kan zijn handschrift bijna niet lezen.

  • de handtasB2

    дамская сумка

    Haar portemonnee zat in haar handtas.