Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

4598 слов · страница 52 из 184

  • het gedichtA2

    стихотворение

    Dit gedicht staat in elk schoolboek.

  • de gedichtenbundelB2

    сборник стихов

    Haar gedichtenbundel won een prijs.

  • het gedoeB1

    возня, морока

    Wat een gedoe om een nieuwe parkeervergunning te krijgen!

  • het gedragB1

    поведение

    De leraar praat met de ouders over het gedrag van hun zoon.

  • het gedragspatroonB2

    модель поведения

    Dat gedragspatroon herhaalt zich elk jaar.

  • de gedrevenheidB2

    увлечённость, напор

    Haar gedrevenheid werkt aanstekelijk.

  • het geduldB1

    терпение

    Heb even geduld, de dokter komt zo.

  • de geestB1

    дух, разум; призрак

    Sport is goed voor lichaam en geest.

  • de geestdriftB2

    воодушевление

    Zij sprak met geestdrift over het project.

  • de geestelijkeB2

    духовное лицо

    Een geestelijke begeleidde de familie.

  • het gegevenB1

    данные, факт

    Dit gegeven komt uit een onderzoek van de overheid.

  • het gegevensbestandB2

    база данных

    Het gegevensbestand bevat miljoenen records.

  • de gehechtheidB2

    привязанность

    Zijn gehechtheid aan dat huis is groot.

  • het geheelB1

    целое

    De verschillende delen vormen samen één geheel.

  • het geheimA2

    секрет, тайна

    Kun jij een geheim voor je zus bewaren?

  • de geheimhoudingsplichtB2

    обязанность неразглашения

    Op deze functie rust een geheimhoudingsplicht.

  • het geheugenB2

    память

    Mijn oma heeft een heel slecht geheugen.

  • het gehoorB1

    слух

    Zijn gehoor is achteruitgegaan.

  • het gehoorapparaatB2

    слуховой аппарат

    Met een gehoorapparaat volgt hij gesprekken weer.

  • de gehoorbeschermingB2

    защита органов слуха

    Bij lawaai is gehoorbescherming verplicht.

  • het gehoorverliesB2

    потеря слуха

    Gehoorverlies door lawaai is blijvend.

  • de geitB2

    коза

    Op de kinderboerderij staan twee geiten.

  • het gelaatB2

    лицо (книжн.)

    Zijn gelaat verried niets.

  • het geldA1

    деньги

    Ik heb geen geld bij me.

  • de geldautomaatA2

    банкомат

    Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.