Словарь
153 слов · страница 5 из 7
tienA1
десять
Ik heb nog tien minuten.
tijdensA1
во время
Tijdens de les mag je niet bellen.
toenA2
когда (в прошлом); тогда
Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.
totA1
до
De winkel is open tot zes uur.
totdatB1
пока не, до тех пор пока не
Wacht hier totdat de dokter je roept.
tussenA1
между
De winkel zit tussen de bank en het café.
twaalfA1
двенадцать
We eten om twaalf uur.
tweeA1
два
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
второй
Neem de tweede straat rechts.
twintigA1
двадцать
Het kost twintig euro.
uitA1
из
Ik kom uit Oekraïne.
vanA1
от, чей-то
Dit is de fiets van mijn broer.
vanafA2
с (какого-то момента), начиная с
Vanaf maandag werk ik vier dagen per week.
vanuitB1
из, с (откуда)
Ik werk drie dagen per week vanuit huis.
vanwegeB1
из-за
Vanwege de storm rijden er geen treinen.
veelA1
много
Er zijn veel mensen buiten.
veertigA1
сорок
Hier mag je veertig rijden.
viaA2
через (кого-то, что-то)
Ik heb het nieuws via een vriendin gehoord.
vierA1
четыре
Wij wonen op nummer vier.
vierdeA1
четвёртый
Dit is mijn vierde les.
vijfA1
пять
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
пятый
Neem de vijfde straat links.
vijftigA1
пятьдесят
Ik betaal met een briefje van vijftig.
volgensA2
по словам, согласно
Volgens de dokter moet ik meer bewegen.
voorA1
для; перед
Dit cadeau is voor jou.

