Словарь
4598 слов · страница 40 из 184
het domeinB2
область, сфера
Dit valt buiten het domein van de huisarts.
de domineeB2
пастор
De dominee sprak bij de uitvaart.
de donateurB2
жертвователь
De stichting heeft vijfduizend donateurs.
de donatieB2
пожертвование
De organisatie leeft van donaties.
de donderdagA1
четверг
De les is elke donderdag.
doodA2
мёртвый
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
смерть
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
de dooiB2
оттепель
Na de dooi kwamen er gaten in de weg.
de doorbraakB2
прорыв
Na lange gesprekken was er eindelijk een doorbraak.
de doorstroomB2
переход на следующую ступень
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
de doorverwijzingB2
направление к специалисту
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
de doosA1
коробка
De boeken zitten in een doos.
het dorpA1
деревня
Zij komt uit een klein dorp.
het dorpshuisB2
сельский дом культуры
Het dorpshuis is het hart van de gemeenschap.
de dorpskernB2
центр деревни
De winkels staan in de dorpskern.
het dorpslevenB2
деревенская жизнь
Het dorpsleven draait om de vereniging.
de dorstA1
жажда
Heb je dorst?
de doseringB2
дозировка
Houd je precies aan de dosering.
de dosisB1
доза
Neem nooit een hogere dosis dan op de bijsluiter staat.
het dossierB1
досье, дело
De huisarts kijkt eerst in je dossier.
de douaneB2
таможня
De douane controleerde de vrachtwagen.
de doucheA1
душ
Ik neem 's ochtends een douche.
de douchekopB2
душевая лейка
Een zuinige douchekop halveert het verbruik.
de draadB1
нитка, провод
Er hangt een losse draad aan je jas.
het draagvlakB2
общественная поддержка
Zonder draagvlak onder bewoners lukt het plan niet.
het dramaB2
драма
Het verlies van hun huis was een groot drama.

