Словарь
4598 слов · страница 39 из 184
het directielidB2
член правления
Een directielid lichtte het besluit toe.
de dirigentB1
дирижёр
De dirigent gaf het teken.
de disciplineB1
дисциплина
Voor een marathon heb je veel discipline nodig.
de discriminatieA2
дискриминация
Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.
de discussieA2
дискуссия
De discussie liep hoog op.
de discussieleiderB2
ведущий дискуссии
De discussieleider gaf iedereen het woord.
het distributiecentrumB2
распределительный центр
Het distributiecentrum werkt in drie ploegen.
de diversiteitB2
разнообразие
Het bedrijf wil meer diversiteit in de top.
het dividendB2
дивиденд
Het bedrijf keert dit jaar geen dividend uit.
de docentB1
преподаватель
De docent legt de opdracht nog een keer uit.
de dochterA1
дочь
Onze dochter is vijf jaar oud.
het documentA2
документ
Sla het document op voordat je de computer uitzet.
de documentaireB2
документальный фильм
De documentaire won een prijs.
de documentatieB2
документация
De documentatie is online beschikbaar.
het doekA1
тряпка
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
цель
Wat is het doel van deze cursus?
de doelgerichtheidB2
целеустремлённость
Haar doelgerichtheid valt op.
de doelgroepB2
целевая аудитория
Wie is de doelgroep van dit programma?
het doelpuntB1
гол
Hij maakte het winnende doelpunt in de laatste minuut.
de doelstellingB1
цель, задача
We hebben onze doelstelling gehaald.
het doelwitB1
мишень, цель
Ouderen zijn vaak het doelwit van oplichters.
de dokterA1
врач
Ik ga morgen naar de dokter.
het doktersadviesB1
рекомендация врача
Volg het doktersadvies goed op.
de doktersassistentA2
ассистент врача
De doktersassistent maakt de afspraken.
het doktersbezoekB1
визит к врачу
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.

