Словарь
505 слов · страница 19 из 21
vierkantA1
квадратный
Het plein is bijna vierkant.
viesA1
грязный
Je schoenen zijn vies.
противный, невкусный (о вкусе, запахе)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
viraalB2
вирусный
Het filmpje ging viraal.
vlakB1
плоский, ровный
Nederland is een erg vlak land.
совсем (рядом)
De bushalte is vlak bij mijn huis.
volA1
полный
De bus is helemaal vol.
voldoendeB1
достаточный; удовлетворительно
Voor dit examen heb je een voldoende nodig.
volgendA1
следующий
Volgende week begin ik met de cursus.
volledigB1
полный; полностью
Vul het formulier volledig en duidelijk in.
volwassenA2
взрослый
Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.
voorlopigB1
временный, предварительный; пока
Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.
voormaligB2
бывший
De voormalige school is nu een buurthuis.
voorwaardelijkB2
условный
De straf is deels voorwaardelijk.
vorigA1
прошлый, предыдущий
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vreemdA2
странный; чужой
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
страшный, жуткий
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
vriendelijkA2
дружелюбный, приветливый
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
vrijA1
свободный
Is deze stoel vrij?
vroegA1
рано
Ik sta elke dag vroeg op.
vrolijkA2
весёлый
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
vrouwelijkB1
женский
Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.
waardB1
стоящий (стоит)
Dit oude schilderij is veel geld waard.
waardevolB2
ценный
Zijn advies was waardevol.
wakkerA1
проснувшийся (wakker worden: просыпаться)
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
wanhopigB2
отчаянный
Hij zocht wanhopig naar een oplossing.
warmA1
тёплый, горячий
De soep is nog warm.

