Словарь
505 слов · страница 17 из 21
tevredenA2
довольный
Zij is tevreden met het resultaat.
theoretischB2
теоретический
Theoretisch klopt het, maar in de praktijk niet.
tijdelijkB1
временный
Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.
totaalB1
общий, итоговый
Het totale bedrag is vijftig euro.
traditioneelB1
традиционный
Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.
troostendB2
утешительный
Zij zei iets troostends.
trotsA1
гордый; гордость
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
trouwB2
верный, преданный
Onze hond is erg trouw aan de familie.
tweedehandsA2
подержанный
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
typischA2
типичный
Dat is typisch Nederlands.
uitgelatenB2
радостно-возбуждённый
De kinderen waren uitgelaten na de uitslag.
uitstekendB1
отличный, превосходный
Je hebt het examen uitstekend gemaakt!
uitverkochtA2
распродано
Die maat is helaas uitverkocht.
uniekB1
уникальный
Elk mens is uniek en heeft eigen talenten.
vastB1
наверняка
Hij is vast al thuis, want het licht brandt.
постоянный (контракт)
Ik heb sinds januari een vast contract.
vastberadenB2
решительный
Zij was vastberaden om door te gaan.
vasthoudendB2
настойчивый
Dankzij haar vasthoudende houding kwam de zaak rond.
veeleisendB2
требовательный
Het is een veeleisende baan.
vegetarischA2
вегетарианский
Hebben jullie ook vegetarische gerechten?
veiligA1
безопасный
Werk altijd veilig met deze machine.
verantwoordelijkA2
ответственный
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.
verbaasdA2
удивлённый
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verbolgenB2
возмущённый
Hij reageerde verbolgen op de beschuldiging.
verbouwereerdB2
ошарашенный
Hij keek verbouwereerd om zich heen.
verdachtB2
подозрительный
De politie zag een verdachte auto in de straat.

