Словарь
4398 слов · страница 106 из 176
het overwerkB1
сверхурочная работа
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
de overwinningB1
победа
De spelers vierden de overwinning met de fans.
het overzichtA2
обзор, сводка
Hier is een overzicht van de kosten.
de paalB1
столб
Hij zette zijn fiets vast aan een paal.
het paarA1
пара, несколько
Ik blijf nog een paar dagen.
het paardA2
лошадь
Het paard graast in de wei.
het padA2
тропинка
Volg het smalle pad door het bos.
de paddenstoelB2
гриб
In het najaar schieten de paddenstoelen op.
de paginaA2
страница (в т.ч. веб-)
Open je boek op pagina vijftig.
het pakA2
костюм; пачка, пакет
Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.
het pakjeA1
посылка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
het pakketA2
посылка; пакет
Het pakket wordt morgen tussen negen en twaalf bezorgd.
de pakketdienstB2
служба посылок
De pakketdienst laat het bij de buren achter.
het paleisA2
дворец
De koning woont in een paleis in Den Haag.
de palingB2
угорь
De paling is een bedreigde soort.
de palletB2
паллета
De dozen staan op een pallet.
de panA2
кастрюля, сковорода
Doe de groente in de pan.
het pandB1
здание, помещение
In dit oude pand zit nu een restaurant.
de paniekB1
паника
Toen het brandalarm ging, ontstond er paniek.
de papaA1
папа
Papa brengt ons morgen met de auto naar school.
het papierA1
бумага
Schrijf het op een blaadje papier.
het papierformaatB2
формат бумаги
Het standaard papierformaat is A4.
de paprikaA1
сладкий перец
Snijd de paprika in reepjes.
de parapluA1
зонт
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
het parkA1
парк
We wandelen graag in het park.

