Словарь
7 слов · страница 1 из 1
uitbrengenB2отделяемыйнеправильный
bracht uit · brachten uit · hebben uitgebracht
выпускать (альбом); отдавать (голос)
De band brengt volgende maand een nieuw album uit.
uitgaanB1отделяемыйнеправильный
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
ходить развлекаться
Vroeger gingen we elk weekend uit.
исходить из (чего-то), предполагать
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2отделяемыйнеправильный
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
тратить
Ik geef te veel geld uit aan eten.
издавать (книги)
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2отделяемыйнеправильный
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
подходить (о времени)
Komt dinsdag jou goed uit?
выясниться, оказаться
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitstervenB2отделяемыйнеправильный
stierf uit · stierven uit · zijn uitgestorven
вымирать
Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.
uitzendenB2отделяемыйнеправильный
zond uit · zonden uit · hebben uitgezonden
транслировать; направлять (работника)
De omroep zendt het concert vanavond live uit.
uitzoekenA2отделяемыйнеправильный
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
выяснять
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

