Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

12 слов · страница 1 из 1

  • tegensprekenB2отделяемыйнеправильный

    sprak tegen · spraken tegen · hebben tegengesproken

    противоречить

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • terugbellenB1отделяемый

    belde terug · hebben teruggebeld

    перезванивать

    Kunt u mij vanmiddag terugbellen?

  • terugbetalenA2отделяемый

    betaalde terug · hebben terugbetaald

    возвращать (деньги)

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkerenB1отделяемый

    keerde terug · zijn teruggekeerd

    возвращаться (книжн.)

    Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.

  • terugkomenA2отделяемыйнеправильный

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    возвращаться

    Hij komt volgende week terug.

  • thuisblijvenA2отделяемыйнеправильный

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    оставаться дома

    Ik blijf vandaag thuis.

  • thuiswerkenB2отделяемый

    werkte thuis · hebben thuisgewerkt

    работа из дома

    Twee dagen thuiswerken is nu normaal.

  • toegevenB1отделяемыйнеправильный

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    признавать

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    уступать, поддаваться

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • toelichtenB2отделяемый

    lichtte toe · hebben toegelicht

    пояснять, разъяснять

    Kunt u uw standpunt toelichten?

  • toepassenB2отделяемый

    paste toe · hebben toegepast

    применять

    Pas de regel toe op deze zin.

  • toestaanA2отделяемыйнеправильный

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    разрешать

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • toevoegenB1отделяемый

    voegde toe · hebben toegevoegd

    добавлять

    Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.