Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

361 слов · страница 1 из 15

  • de saamhorigheidB2

    чувство общности, солидарность

    Na de ramp groeide de saamhorigheid in het dorp.

  • de saladeA1

    салат

    Bij het vlees eten we salade.

  • het salarisA2

    зарплата

    Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.

  • de salarisschaalA2

    тарифная сетка

    Ik zit in salarisschaal 7.

  • de salarisstrookA2

    расчётный лист

    Bewaar je salarisstrook goed.

  • het saldoB1

    баланс, остаток

    Mijn saldo is bijna nul.

  • de samenhangB2

    взаимосвязь, связность

    De samenhang tussen beide factoren is onduidelijk.

  • de samenlevingA2

    общество

    De samenleving verandert snel.

  • de samenlevingsopbouwB2

    построение общества

    Samenlevingsopbouw kost tijd en aandacht.

  • de samenlevingsvormB2

    форма совместной жизни

    Er bestaan tegenwoordig veel samenlevingsvormen.

  • de samenspraakB2

    совместное обсуждение

    Het plan is in samenspraak met bewoners gemaakt.

  • de samenstellingB2

    сложное слово

    'Boekenkast' is een samenstelling.

  • de samenvattingB1

    краткое изложение

    Schrijf een korte samenvatting van de tekst.

  • de samenwerkingA2

    сотрудничество

    De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.

  • de sanctieB2

    санкция

    De sancties treffen vooral de export.

  • het saneringsplanB2

    план рекультивации

    Het saneringsplan is goedgekeurd.

  • het sapA1

    сок

    Een glas sap, alstublieft.

  • het sarcasmeB2

    сарказм

    Het sarcasme droop van zijn opmerking af.

  • de satellietB2

    спутник

    De satelliet meet de temperatuur van de oceaan.

  • de sausA1

    соус

    Wil je saus bij de patat?

  • de savanneB2

    саванна

    Op de savanne wisselen droge en natte seizoenen elkaar af.

  • de scanB2

    томография, скан

    De scan liet niets bijzonders zien.

  • het scenarioB2

    сценарий

    Het scenario werd vijf keer herschreven.

  • de schaalB2

    шкала, масштаб; миска

    Op een schaal van één tot tien geef ik het een acht.

  • de schaamteB2

    стыд

    Hij voelde schaamte over zijn fout.