Словарь
361 слов · страница 9 из 15
de sponsorloopB2
благотворительный забег
De school hield een sponsorloop.
de spontaniteitB2
спонтанность
Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.
het spoorB1
путь (ж/д); след
De trein naar Utrecht vertrekt van spoor vijf.
de spoorlijnB1
железнодорожная линия
De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.
de sportA1
спорт
Welke sport doe jij?
het sportabonnementB1
абонемент в спортзал
Mijn sportabonnement loopt per maand.
de sportartsB2
спортивный врач
De sportarts bepaalt wanneer hij weer mag spelen.
het sportevenementB1
спортивное мероприятие
Het sportevenement trekt duizenden bezoekers.
de sportkantineB1
буфет спортклуба
Na de wedstrijd zitten we in de sportkantine.
de sportmassageB2
спортивный массаж
Na de wedstrijd volgt een sportmassage.
de sportprestatieB1
спортивный результат
Zijn sportprestaties zijn indrukwekkend.
de sportschoolB1
спортзал
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.
de sportuitrustingB1
спортивная экипировка
Neem je eigen sportuitrusting mee.
het sportveldB1
спортплощадка
Achter de school ligt een sportveld.
de sportverenigingB2
спортивное общество
Bijna elk dorp heeft een sportvereniging.
de spotB2
насмешка
Hij dreef de spot met zijn eigen fouten.
de spraakB2
речь (способность говорить)
Na de beroerte had hij problemen met zijn spraak.
het sprakeloosB2
лишившийся дара речи
Het nieuws maakte ons sprakeloos.
de spreekbeurtB1
устное выступление
Mijn dochter houdt morgen een spreekbeurt.
de spreekkamerB1
кабинет врача
De dokter roept u zo in de spreekkamer.
de spreekstijlB2
стиль речи
Zijn spreekstijl is rustig en helder.
de spreektaalB1
разговорная речь
In spreektaal zeg je dat korter.
het spreektempoB1
темп речи
Zijn spreektempo ligt erg hoog.
het spreekuurA2
часы приёма
Het spreekuur is van negen tot elf.
de spreekvaardigheidB1
навык говорения
Mijn spreekvaardigheid is zwakker dan mijn leesvaardigheid.

