Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

27 слов · страница 1 из 2

  • omgaanB1отделяемыйнеправильный

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    обходиться, справляться (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderduikenB2отделяемыйнеправильный

    dook onder · doken onder · zijn ondergedoken

    уходить в подполье

    Duizenden mensen moesten onderduiken.

  • opbellenA2отделяемый

    belde op · hebben opgebeld

    звонить (по телефону)

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2отделяемыйнеправильный

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    убирать (на место)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opbeurenB2отделяемый

    beurde op · hebben opgebeurd

    подбодрить

    Een kaartje kan iemand echt opbeuren.

  • opgevenB2отделяемыйнеправильный

    gaf op · gaven op · hebben opgegeven

    сдаваться

    Na drie pogingen gaf hij het op.


    указывать, сообщать (данные)

    Geef je gegevens op bij de inschrijving.

  • ophalenA2отделяемый

    haalde op · hebben opgehaald

    забирать, заезжать за

    Ik haal je om zeven uur op.

  • oplettenA2отделяемый

    lette op · hebben opgelet

    быть внимательным

    Let goed op bij het oversteken.

  • oplossenB1отделяемый

    loste op · hebben opgelost

    решать (проблему); растворять

    Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.

  • opluchtenB2отделяемый

    luchtte op · hebben opgelucht

    приносить облегчение

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • opmerkenB2отделяемый

    merkte op · hebben opgemerkt

    отмечать, делать замечание

    Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.


    заметить, сказать

    Hij merkte op dat de tekst te lang was.

  • opnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    брать трубку; записывать

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    снимать (деньги)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • oprichtenB2отделяемый

    richtte op · hebben opgericht

    основывать

    Zij heeft samen met haar zus een bedrijf opgericht.

  • opruimenA2отделяемый

    ruimde op · hebben opgeruimd

    прибирать (вещи)

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2отделяемыйнеправильный

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записать

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • opstellenB2отделяемый

    stelde op · hebben opgesteld

    составлять

    Samen stellen we een plan van aanpak op.

  • opsturenA2отделяемый

    stuurde op · hebben opgestuurd

    отправить (по почте)

    Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.

  • optillenA2отделяемый

    tilde op · hebben opgetild

    поднять (вверх)

    Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.

  • optredenA2отделяемыйнеправильный

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    выступать

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    выступление

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2отделяемыйнеправильный

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    бросаться в глаза

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2отделяемый

    warmde op · hebben opgewarmd

    разогревать

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2отделяемыйнеправильный

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    расторгать, отменять

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2отделяемыйнеправильный

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    посмотреть, найти (в словаре, на карте)

    Zoek het woord even op.


    навестить, зайти к (кому-то)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • overboekenB1отделяемый

    boekte over · hebben overgeboekt

    переводить (деньги)

    Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.

  • overnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam over · namen over · hebben overgenomen

    перенимать, брать на себя

    Kun jij mijn dienst morgen overnemen?