Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

27 слов · страница 1 из 2

  • omgaanB1отделяемыйнеправильный

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    обходиться, справляться (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderbrekenB2неправильный

    onderbrak · onderbraken · hebben onderbroken

    перебивать

    Laat hem uitspreken en onderbreek hem niet.

  • onderduikenB2отделяемыйнеправильный

    dook onder · doken onder · zijn ondergedoken

    уходить в подполье

    Duizenden mensen moesten onderduiken.

  • ondernemenB2неправильный

    ondernam · ondernamen · hebben ondernomen

    предпринимать

    We moeten snel actie ondernemen tegen het probleem.

  • onderscheidenB2неправильный

    onderscheidde · onderscheidden · hebben onderscheiden

    различать

    Onderscheid feiten van meningen.

  • onderzoekenA2неправильный

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    расследовать

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    обследовать (пациента)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2неправильный

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    завтракать

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • ontbrekenB2неправильный

    ontbrak · ontbraken · hebben ontbroken

    недоставать, отсутствовать

    Op het formulier ontbreekt nog uw handtekening.

  • onthoudenA2неправильный

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    запоминать

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontradenB2неправильный

    ontraadde · ontraadden · hebben ontraden

    отговаривать

    De arts ontraadde die combinatie.

  • ontslaanA2неправильный

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    увольнять

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontspannenB1неправильный

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    расслабляться

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1неправильный

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    возникать

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1неправильный

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    получать; принимать (гостей)

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • ontwerpenB2неправильный

    ontwierp · ontwierpen · hebben ontworpen

    проектировать, создавать дизайн

    Zij ontwerpt kleding voor een groot bedrijf.

  • opbergenA2отделяемыйнеправильный

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    убирать (на место)

    Berg je spullen op in de kast.

  • opgevenB2отделяемыйнеправильный

    gaf op · gaven op · hebben opgegeven

    сдаваться

    Na drie pogingen gaf hij het op.


    указывать, сообщать (данные)

    Geef je gegevens op bij de inschrijving.

  • opnemenB1отделяемыйнеправильный

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    брать трубку; записывать

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    снимать (деньги)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opschrijvenA2отделяемыйнеправильный

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    записать

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • optredenA2отделяемыйнеправильный

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    выступать

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    выступление

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2отделяемыйнеправильный

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    бросаться в глаза

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opzeggenA2отделяемыйнеправильный

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    расторгать, отменять

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2отделяемыйнеправильный

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    посмотреть, найти (в словаре, на карте)

    Zoek het woord even op.


    навестить, зайти к (кому-то)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • overdrijvenB2неправильный

    overdreef · overdreven · hebben overdreven

    преувеличивать

    Hij overdrijft het probleem een beetje.

  • overlijdenB1неправильный

    overleed · overleden · zijn overleden

    умирать, скончаться

    Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.