Словарь
62 слов · страница 3 из 3
opzoekenA2отделяемыйнеправильный
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
посмотреть, найти (в словаре, на карте)
Zoek het woord even op.
навестить, зайти к (кому-то)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
ordenenB2
ordende · hebben geordend
упорядочивать
Orden de gegevens per jaar.
organiserenA2
organiseerde · hebben georganiseerd
организовывать
Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.
overboekenB1отделяемый
boekte over · hebben overgeboekt
переводить (деньги)
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
overdrijvenB2неправильный
overdreef · overdreven · hebben overdreven
преувеличивать
Hij overdrijft het probleem een beetje.
overleggenB1
overlegde · hebben overlegd
советоваться
Ik moet eerst met mijn collega overleggen.
overlevenB1
overleefde · hebben overleefd
выживать, пережить
Alle passagiers hebben het ongeluk overleefd.
overlijdenB1неправильный
overleed · overleden · zijn overleden
умирать, скончаться
Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.
overnemenB1отделяемыйнеправильный
nam over · namen over · hebben overgenomen
перенимать, брать на себя
Kun jij mijn dienst morgen overnemen?
overstappenA2отделяемый
stapte over · zijn overgestapt
делать пересадку
In Utrecht moet je overstappen.
переходить (к другому поставщику)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.
overstekenB1отделяемыйнеправильный
stak over · staken over · zijn overgestoken
переходить (дорогу)
Steek hier voorzichtig over.
overtuigenA2
overtuigde · hebben overtuigd
убеждать
Hij wist iedereen te overtuigen.

