Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

75 слов · страница 3 из 3

  • de nieuwsbriefB2

    рассылка

    De nieuwsbrief verschijnt elke maandag.

  • de nieuwsbronB2

    источник новостей

    Controleer altijd je nieuwsbron.

  • het nieuwsfeitB2

    новостной факт

    Scheid het nieuwsfeit van de interpretatie.

  • de nieuwsgaringB2

    сбор новостей

    Zorgvuldige nieuwsgaring kost tijd.

  • de nieuwsgierigheidB2

    любопытство

    Uit nieuwsgierigheid las hij het hele rapport.

  • het nieuwsoverzichtB2

    обзор новостей

    Elk uur volgt een kort nieuwsoverzicht.

  • de nieuwsredactieB2

    редакция новостей

    De nieuwsredactie werkt dag en nacht door.

  • de nieuwswaardeB2

    новостная ценность

    Dit bericht heeft weinig nieuwswaarde.

  • het niveauA2

    уровень

    Op welk niveau zit je nu?

  • het noodnummerB2

    номер экстренной службы

    Het noodnummer in Nederland is 112.

  • de noodprocedureB2

    аварийная процедура

    De noodprocedure hangt bij elke uitgang.

  • het noordenA2

    север

    Groningen ligt in het noorden van Nederland.

  • de nootA1

    орех

    Ik ben allergisch voor noten.


    нота

    Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.

  • de normB2

    норма

    Wat als norm geldt, verschilt per generatie.

  • de normenB2

    нормы

    Normen en waarden verschillen per cultuur.

  • de normeringB2

    нормирование оценок

    De normering wordt na afloop vastgesteld.

  • de notariskostenB2

    нотариальные расходы

    De notariskosten komen er nog bij.

  • de notitieB1

    заметка

    Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.

  • de notulenB2

    протокол собрания

    De notulen van de vorige vergadering zijn goedgekeurd.

  • novemberA1

    ноябрь

    November is een donkere maand.

  • de nuanceB2

    нюанс

    In dit debat ontbreekt vaak de nuance.

  • de nuanceringB2

    уточнение, оговорка

    Zijn betoog mist enige nuancering.

  • het nuanceverschilB2

    оттеночное различие

    Het nuanceverschil tussen die woorden is klein.

  • de nuchterheidB2

    трезвость взгляда

    Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.

  • het nummerA1

    номер

    Wat is het nummer van je huis?