Словарь
158 слов · страница 3 из 7
de leesbevorderingB2
продвижение чтения
De bibliotheek werkt aan leesbevordering.
de leesclubB2
книжный клуб
Haar leesclub komt maandelijks bijeen.
het leestekenB2
знак препинания
De komma is het lastigste leesteken.
de leesvaardigheidB1
навык чтения
Mijn leesvaardigheid is beter dan mijn spreekvaardigheid.
de leeszaalB2
читальный зал
In de leeszaal moet je stil zijn.
de legalisatieB2
легализация документов
Buitenlandse akten hebben legalisatie nodig.
het legerA1
армия
Het leger hielp bij de evacuatie.
de legeringB2
сплав
Brons is een legering van koper en tin.
de legitimatieB1
удостоверение личности
Bij de balie moet u legitimatie tonen.
de leiderB1
лидер, предводитель
De leider van de groep vertelt waar we heen gaan.
de leiderschapsstijlB2
стиль руководства
Zijn leiderschapsstijl is vrij directief.
de leidingB1
руководство; трубопровод
Zij heeft de leiding over het hele project.
de leidinggevendeB1
руководитель
Bespreek dat met je leidinggevende.
het leidingwerkB2
трубопроводы
Het leidingwerk zit weggewerkt in de muur.
de lengteA2
длина; рост
Wat is je lengte en je gewicht?
de leningB1
кредит, заём
Hij sloot een lening af voor de auto.
de lenteA1
весна
In de lente bloeien de tulpen.
de lepelA1
ложка
Ik eet soep met een lepel.
de leraarA2
учитель
De leraar legt het nog een keer uit.
de lesA1
урок, занятие
De les Nederlands begint om negen uur.
het lesmateriaalA2
учебные материалы
Het lesmateriaal krijg je bij de eerste les.
de lesmethodeB1
методика преподавания
Deze lesmethode werkt goed voor volwassenen.
het lesroosterA2
расписание занятий
Het lesrooster hangt bij de ingang.
de lesuitvalB1
отмена занятий
Door ziekte was er veel lesuitval.
het lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.

