Словарь
208 слов · страница 1 из 9
het gaatjeB2
кариозная полость
Er zit een gaatje in mijn kies.
de galerijB2
галерейная площадка
Alle voordeuren komen uit op de galerij.
de gangA1
коридор
Zet je schoenen in de gang.
de gansB2
гусь
Ganzen vreten het gras van de boeren op.
de garageA1
гараж
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
гарантия
Er zit twee jaar garantie op.
het garantiebewijsB2
гарантийный талон
Bewaar het garantiebewijs bij de doos.
de garantietermijnB2
гарантийный срок
De garantietermijn is twee jaar.
de gardeB2
венчик
Klop de eieren met een garde.
de garnaalB2
креветка
De garnalen worden op zee gekookt.
de gastA2
гость
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
de gastarbeiderB2
гастарбайтер
Veel gastarbeiders bleven uiteindelijk in Nederland.
de gastheerB1
хозяин (принимающий)
Hij was een uitstekende gastheer.
de gastvrijheidB2
гостеприимство
Bedankt voor jullie gastvrijheid.
het gasverbruikB2
потребление газа
Ons gasverbruik is gehalveerd.
het gatA2
дыра, дырка
Er zit een gat in mijn sok.
het gebaarB2
жест
Met een gebaar liet hij ons binnen.
het gebakA1
выпечка, пирожное
Bij de koffie was er gebak.
het gebedB2
молитва
Het gebed duurt een kwartier.
de gebeurtenisB1
событие
De krant schrijft over de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar.
het gebiedB1
область, территория
In dit gebied mag je geen huizen bouwen.
het gebitB2
зубной ряд
Zij heeft een gezond gebit.
de geboorteaangifteB2
регистрация рождения
De geboorteaangifte moet binnen drie dagen.
het geboortecijferB2
рождаемость
Het geboortecijfer daalt in heel Europa.
het geboortekaartjeB2
открытка о рождении
Het geboortekaartje ligt op de schoorsteen.

