Словарь
8 слов · страница 1 из 1
eindigenB1
eindigde · zijn geëindigd
заканчиваться
De film eindigt met een mooie bruiloft.
eisenA2
eiste · hebben geëist
требовать
De bond eist een hoger loon.
de eisen
требования (мн. ч. от eis)
De school stelt hoge eisen aan het schrijven.
zich ergerenB2возвратный
ergerde · hebben geërgerd
раздражаться
Zij ergert zich aan het lawaai.
erkennenA2
erkende · hebben erkend
признавать (официально)
De minister erkende de fout.
eruitzienA2отделяемыйнеправильный
zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien
выглядеть
Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?
ervarenA2неправильный
ervoer · ervoeren · hebben ervaren
испытывать, воспринимать
Veel mensen ervaren het examen als stressvol.
etenA1неправильный
at · aten · hebben gegeten
есть, кушать
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
еда
Nederlands eten is soms heel simpel.
evaluerenB2
evalueerde · hebben geëvalueerd
подводить итоги, оценивать
Aan het eind evalueren we het project.

