Словарь
13 слов · страница 1 из 1
echterB2
однако
Het plan is goed; het is echter te duur.
eenmaalB1
однажды; (nu eenmaal) так уж
Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.
eensA2
как-нибудь; (смягчающая частица)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eerderA2
раньше; скорее
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
позавчера
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
сначала
Ik ga eerst douchen.
eigenlijkA1
вообще-то, на самом деле
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
enigszinsB2
несколько, немного
Ik ben enigszins verbaasd.
ergA1
очень; плохо
Dat is erg vervelend.
ergensA2
где-то
Mijn sleutels liggen hier ergens.
evenA1
минутку, немного
Wacht even, ik kom eraan.
eveneensB2
также (книжн.)
Haar broer studeert eveneens rechten in Leiden.
evenwelB2
впрочем, однако
De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.

