Woordenschat
4598 woorden · pagina 98 van 184
de muzieklesB1
music lesson
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
het muziekstukB2
piece of music
Het muziekstuk duurt twintig minuten.
de muzikantB1
musician
Op straat speelt een muzikant gitaar.
de mytheB1
myth
Dat suiker kinderen druk maakt, is een mythe.
de naaldB2
needle
De verpleegkundige prikt met een naald in mijn arm.
de naamA1
name
Wat is jouw naam?
de naamswijzigingB2
change of name
Een naamswijziging kost tijd en geld.
de naamvalB2
grammatical case
Het Nederlands kent nauwelijks nog naamvallen.
de nachtA1
night
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
night shift
Deze week heb ik nachtdienst.
de nachtmerrieB1
nightmare
Ik had vannacht een vreselijke nachtmerrie.
de nachtopvangB2
night shelter
De nachtopvang zit elke winter vol.
de nachtrustB2
night's rest
Een goede nachtrust doet wonderen.
het nadeelB1
disadvantage
Het nadeel van dit huis is de afstand tot het station.
de nadrukB1
emphasis
De docent legt de nadruk op uitspraak.
de nagelA1
nail
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
dessert
Als nagerecht is er ijs.
het najaarB1
autumn (late in the year)
In het najaar beginnen we met de verbouwing.
de nalatenschapB2
estate (of the deceased)
De notaris regelt de nalatenschap.
het naslagwerkB2
reference work
Dit naslagwerk mag je niet meenemen.
de nasynchronisatieB2
dubbing
Kinderfilms krijgen nasynchronisatie.
de natieB2
nation
De koning sprak met Kerstmis de hele natie toe.
de nationaliteitB2
nationality
Zij heeft een dubbele nationaliteit.
de naturalisatieA2
naturalisation
Na naturalisatie krijg je het Nederlandse paspoort.
de natuurA2
nature
Op zondag wandelen we graag in de natuur.

