Woordenschat
7085 woorden · pagina 92 van 284
haastigB1
hasty, hurried
Hij at haastig zijn brood en rende naar buiten.
de haatB1
hatred, hate
Haat en geweld lossen geen enkel probleem op.
hackenB2
hackte · hebben gehackt
to hack
Criminelen hebben het account van mijn buurman gehackt.
de hagelB2
hail
De hagel beschadigde de gewassen.
de hagelslagA1
chocolate sprinkles
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
hakenB1
haakte · hebben gehaakt
to crochet; to hook
Mijn oma haakt een warme deken voor de baby.
hakkenB1
hakte · hebben gehakt
to chop
Hak de ui en de knoflook fijn.
de halA2
hall(way)
Zet je schoenen maar in de hal.
halenA1
haalde · hebben gehaald
to fetch, to get
Ik haal even brood.
halfA1
half
Het is half acht.
halloA1
hello
Hallo, hoe gaat het?
de halsB2
neck, throat
Hij had een sjaal om zijn hals.
de halteA2
stop (bus/tram)
De halte is om de hoek.
halverwegeB2
halfway
Halverwege de film viel ik in slaap.
de hamA1
ham
Ik neem een boterham met ham.
de hamerB2
hammer
Sla de spijker met de hamer erin.
de handA1
hand
Was je handen voor het eten.
de handdoekA1
towel
De handdoek hangt in de badkamer.
de handelB1
trade, commerce
De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.
de handelaarB2
trader, dealer
De handelaar verkoopt groente op de markt.
handelenB1
handelde · hebben gehandeld
to act; to trade
De politie moest snel handelen bij het ongeluk.
de handelingB1
act, action, procedure
Deze handeling mag alleen een arts uitvoeren.
de handelsbalansB2
trade balance
Nederland heeft een positieve handelsbalans.
de handelsgeestB2
commercial spirit
De Nederlandse handelsgeest is spreekwoordelijk.
het handelsoverschotB2
trade surplus
Nederland heeft een groot handelsoverschot.

