Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

217 woorden · pagina 9 van 9

  • vrolijkA2

    cheerful, merry

    Zij is altijd vrolijk op haar werk.

  • wakkerA1

    awake

    Ik word elke ochtend om zes uur wakker.

  • warmA1

    warm, hot

    De soep is nog warm.

  • weinigA1

    little, few

    Ik heb weinig tijd.

  • wetenschappelijkA2

    scientific

    Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.

  • witA1

    white

    De muren zijn wit geverfd.

  • zachtA1

    soft

    Dit kussen is lekker zacht.


    quiet, soft (of sound)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • zekerA1

    certain, sure

    Weet je dat zeker?

  • zenuwachtigA2

    nervous

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.

  • ziekA1

    ill

    Ik ben vandaag ziek.

  • zoetA2

    sweet

    Deze appel is heel zoet.


    fresh (of water)

    In de sloot staat zoet water, geen zeewater.

  • het zoutA1

    salt

    Er zit te veel zout in.


    salty

    De soep is me veel te zout.

  • zuurA2

    sour

    De melk is zuur geworden.

  • zwaarA2

    heavy; hard

    Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.

  • zwakA1

    weak

    Na de griep voelde ik me zwak.

  • zwangerA2

    pregnant

    Mijn zus is zeven maanden zwanger.

  • zwartA1

    black

    Hij heeft zwarte schoenen aan.


    undeclared, off the books (of work)

    Zwart werken kan een hoge boete opleveren.