Woordenschat
2767 woorden · pagina 88 van 111
de tongA1
tongue
Steek uw tong uit, zegt de dokter.
de toonA2
tone
Zijn toon was nogal onvriendelijk.
de toonbankB1
counter (in a shop)
De verkoper legt het brood op de toonbank.
de topB1
top, summit
Na drie uur lopen stonden we op de top.
totA1
until, up to
De winkel is open tot zes uur.
tot ziensA1
goodbye
Tot ziens, fijne dag nog!
totaalB1
total
Het totale bedrag is vijftig euro.
totdatB1
until
Wacht hier totdat de dokter je roept.
het touwA1
rope, string
Bind de doos vast met touw.
de traditieB1
tradition
Sinterklaas is een Nederlandse traditie.
traditioneelB1
traditional
Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.
trainenB1
trainde · hebben getraind
to train
Wij trainen twee keer per week.
de trainerA2
coach, trainer
De trainer van het voetbalteam is heel streng.
de trainingA2
training (session)
Op woensdag heb ik training bij de hockeyclub.
trakterenA2
trakteerde · hebben getrakteerd
to treat (someone)
Op je verjaardag trakteer je op gebak.
de tramA2
tram
Neem tram 4 naar het centrum.
de trapA1
stairs
De trap is erg steil.
de treinA2
train
De trein naar Amsterdam vertrekt zo.
het treinkaartjeA2
train ticket
Koop je treinkaartje van tevoren.
de treinreisA2
train journey
De treinreis duurt anderhalf uur.
de treinstoringA2
train disruption
Door een treinstoring reden er geen treinen.
de treinvertragingB1
train delay
Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.
trekkenB1onregelmatig
trok · trokken · hebben/zijn getrokken
to pull; to move (travel)
Je moet de deur trekken, niet duwen.
trotsA1
proud; pride
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
trouwenA1
trouwde · zijn getrouwd
to marry
Zij gaan in juni trouwen.

