Woordenschat
5480 woorden · pagina 7 van 220
afsprekenB1scheidbaaronregelmatig
sprak af · spraken af · hebben afgesproken
to arrange, to agree
Zullen we iets afspreken voor vrijdag?
de afstandB1
distance
De afstand van mijn huis naar het werk is tien kilometer.
het afstandsonderwijsB2
distance learning
Afstandsonderwijs vraagt veel zelfdiscipline.
de afstroomB2
downward transfer
Afstroom naar een lager niveau is vaker het geval.
de afstudeerrichtingB2
specialisation track
Zijn afstudeerrichting is arbeidsrecht.
afstuderenB2scheidbaar
studeerde af · zijn afgestudeerd
to graduate
Zij hoopt in juni af te studeren.
de aftitelingB2
closing credits
Blijf zitten tot na de aftiteling.
aftrekbaarB2
tax-deductible
Studiekosten zijn niet meer aftrekbaar.
de aftrekpostB1
tax-deductible item
Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.
het afvalA2
waste
Het afval wordt op dinsdag opgehaald.
de afvalbakB1
waste bin
Gooi het in de afvalbak.
het afvalbeleidB2
waste policy
Het afvalbeleid verschilt sterk per gemeente.
de afvalcontainerB1
waste container
De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.
de afvalinzamelingB1
waste collection
De afvalinzameling is op donderdag.
de afvalscheidingB2
waste separation
Afvalscheiding is in de meeste gemeenten verplicht.
de afvalstroomB2
waste stream
Elke afvalstroom wordt apart verwerkt.
de afvalverwerkingB2
waste processing
De afvalverwerking gebeurt buiten de stad.
zich afvragenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig
vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd
to wonder
Ik vraag me af of dat wel klopt.
afwassenA2scheidbaaronregelmatig
waste af · wasten af · hebben afgewassen
to do the dishes
Wie wast er vanavond af?
de afwasserB2
dishwasher (person)
De afwasser werkt tot na sluitingstijd.
de afwateringB2
drainage
De afwatering van het perceel is slecht.
afwezigA2
absent
Hij was vorige week afwezig.
afwijzenB1scheidbaaronregelmatig
wees af · wezen af · hebben afgewezen
to reject
Mijn aanvraag is afgewezen.
de afwijzingB2
rejection
De afwijzing kwam hard aan.
afzeggenA2scheidbaaronregelmatig
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
to cancel (an appointment)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.

