Woordenschat
166 woorden · pagina 7 van 7
vrijwelB2
almost, virtually
Vrijwel iedereen in de klas heeft een telefoon.
vroegerA2
in the past, formerly
Vroeger woonde ik in een dorp.
waarschijnlijkA1
probably
Hij komt waarschijnlijk te laat.
het weerA1
weather
Het weer verandert hier snel.
again
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
wekelijksA1
weekly
De les is wekelijks op dinsdag.
welA1
indeed, though (emphasis)
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
weliswaarB2
admittedly
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
wellichtB2
perhaps
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
werkelijkB1
really, truly
Ik weet werkelijk niet wat ik moet doen.
zeerB1
very (formal)
De service in dit hotel was zeer goed.
zeldenA2
rarely
Ik ga zelden naar de bioscoop.
zelfsB1
even
Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.
zodoendeB2
in that way, thus
Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.
zomaarA2
just like that, for no reason
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
zoverB1
ready; so far
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zwartA1
black
Hij heeft zwarte schoenen aan.
undeclared, off the books (of work)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

