Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

3699 woorden · pagina 60 van 148

  • de klasgenootA2

    classmate

    Mijn klasgenoot komt uit Syrië.

  • het klaslokaalA2

    classroom

    Het klaslokaal is op de tweede verdieping.

  • de klasseB1

    class (quality, category)

    Hij reist altijd in de eerste klasse.

  • klassiekB1

    classical; classic

    Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.

  • zich kledenB1wederkerend

    kleedde · hebben gekleed

    to dress

    Zij kleedt zich altijd netjes voor haar werk.

  • de kledingA2

    clothing

    In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.

  • kleinA1

    small

    Mijn kamer is klein maar gezellig.

  • de kleindochterA1

    granddaughter

    Zijn kleindochter gaat al naar school.

  • het kleinkindA1

    grandchild

    Zij heeft drie kleinkinderen.

  • de kleinzoonA1

    grandson

    Haar kleinzoon is net geboren.

  • de klerenA1

    clothes

    Ik koop nieuwe kleren.

  • kletsenB1

    kletste · hebben gekletst

    to chat, to gossip

    We zaten de hele avond gezellig te kletsen.

  • de kleurA1

    colour

    Welke kleur vind je mooi?

  • kleurenA2

    kleurde · hebben gekleurd

    to colour (in)

    De kinderen kleuren een tekening van een huis.

  • klikkenA2

    klikte · hebben geklikt

    to click

    Klik op de blauwe knop om verder te gaan.

  • de klimaatzoneB1

    climate zone

    Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.

  • klimmenA2onregelmatig

    klom · klommen · hebben/zijn geklommen

    to climb

    De kinderen klimmen in de boom in de tuin.

  • de kliniekB1

    clinic

    Hij heeft een afspraak bij de kliniek voor zijn oog.

  • klinkenB1onregelmatig

    klonk · klonken · hebben geklonken

    to sound

    Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.

  • de klokA1

    clock

    De klok in de keuken loopt voor.


    bell

    De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.

  • kloppenA2

    klopte · hebben geklopt

    to be correct; to knock

    Klopt dit adres?

  • de klusB1

    job, task (practical)

    Het schilderen van de keuken was een flinke klus.

  • klussenB1

    kluste · hebben geklust

    to do odd jobs, DIY

    Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.

  • de knieA1

    knee

    Mijn knie doet pijn bij het lopen.

  • knippenA2

    knipte · hebben geknipt

    to cut (with scissors)

    Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.