Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

3699 woorden · pagina 53 van 148

  • de inburgeringA2

    civic integration

    De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.

  • het inburgeringsexamenB1

    civic integration exam

    Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.

  • de inburgeringsplichtA2

    civic integration obligation

    Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.

  • de incassoB1

    direct debit

    De huur gaat via automatische incasso.

  • het incidentB1

    incident

    Bij het voetbalduel was er een vervelend incident.

  • inclusiefB1

    including

    De prijs is inclusief btw en bezorging.

  • de INDA2

    immigration service

    De IND beslist over je verblijfsaanvraag.

  • inderdaadA2

    indeed

    Dat klopt inderdaad.

  • indienenB1scheidbaar

    diende in · hebben ingediend

    to submit, to file

    U kunt uw aanvraag online indienen.

  • het individuB1

    individual (person)

    Volgens de wet heeft ieder individu dezelfde rechten.

  • individueelB1

    individual

    Elke leerling krijgt op deze school individuele begeleiding.

  • de indrukB1

    impression

    Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.

  • de industrieA2

    industry

    De industrie verbruikt veel energie.

  • industrieelB1

    industrial

    In deze haven staan veel industriële gebouwen.

  • ineensA2

    suddenly, all at once

    Ineens ging het licht in het hele huis uit.

  • de informatieA1

    information

    Meer informatie vind je op de website.

  • informerenB1

    informeerde · hebben geïnformeerd

    to inform; to enquire

    Wij informeren u zodra er nieuws is.

  • ingaanB1scheidbaaronregelmatig

    ging in · gingen in · zijn ingegaan

    to take effect; to go into

    De nieuwe regel gaat op 1 januari in.

  • de ingangA2

    entrance

    De ingang van het ziekenhuis is aan de achterkant.

  • ingewikkeldB1

    complicated

    De brief van de Belastingdienst is erg ingewikkeld.

  • het ingrediëntA2

    ingredient

    Welke ingrediënten heb je nodig?

  • inhalenB1scheidbaar

    haalde in · hebben ingehaald

    to overtake

    Hier mag je niet inhalen.


    to catch up on, to make up

    Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.

  • de inhoudB1

    content(s)

    De inhoud van de brief was niet duidelijk.

  • het initiatiefB1

    initiative

    Zij neemt vaak zelf het initiatief.

  • de injectieB1

    injection

    U krijgt een injectie in de arm.