Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

6551 woorden · pagina 46 van 263

  • de consumentB2

    consumer

    De consument betaalt uiteindelijk de rekening.

  • de consumentenbondB2

    consumers' association

    De consumentenbond testte tien modellen.

  • het consumentenrechtB2

    consumer law

    Het consumentenrecht beschermt je bij een miskoop.

  • het consumentenvertrouwenB2

    consumer confidence

    Het consumentenvertrouwen is licht gestegen.

  • de consumptieB2

    consumption

    De consumptie van huishoudens daalde licht.

  • het contactA1

    contact

    Ik heb nog geen contact met hem gehad.

  • het contactformulierB1

    contact form

    Vul het contactformulier op de website in.

  • de contactlensB2

    contact lens

    Hij draagt liever contactlenzen dan een bril.

  • contactloosB2

    contactless

    Tot vijftig euro betaal je contactloos.

  • de containerB1

    container, bin

    Gooi het glas in de container op de hoek.

  • contantA2

    cash

    Wij nemen geen contant geld aan.

  • de contextB1

    context

    Raad de betekenis van het woord uit de context.

  • het continentB2

    continent

    Afrika is het continent waar mijn ouders vandaan komen.

  • continuB2

    continuously

    Bij de huisarts gaat de telefoon continu.

  • het contractA2

    contract

    Ik heb het contract nog niet getekend.

  • de contractbreukB2

    breach of contract

    Dit is duidelijk contractbreuk.

  • de contractverlengingB2

    contract extension

    Een contractverlenging is nog niet zeker.

  • de contributieB2

    membership fee

    De contributie wordt per kwartaal geïnd.

  • de controleA2

    check-up

    Over drie maanden komt u terug voor controle.

  • de controleafspraakB1

    follow-up appointment

    Over drie maanden heb ik een controleafspraak.

  • controlerenA2

    controleerde · hebben gecontroleerd

    to check

    Controleer je gegevens voordat je verstuurt.

  • de controleurB2

    ticket inspector, controller

    De controleur vroeg om mijn kaartje.

  • coördinerenB2

    coördineerde · hebben gecoördineerd

    to coordinate

    Zij coördineert het hele project.

  • de copywriterB2

    copywriter (ad)

    De copywriter bedacht de slogan.

  • correctB1

    correct

    Vul het formulier correct en volledig in.