Woordenschat
2916 woorden · pagina 45 van 117
de kampioenB1
champion
Onze club werd dit jaar kampioen van de regio.
het kanaalA2
canal
Het kanaal verbindt twee rivieren.
de kandidaatB1
candidate
Er zijn drie kandidaten voor deze baan.
de kaneelA1
cinnamon
Doe wat kaneel op de appels.
de kansA1
chance, opportunity
Dit is een mooie kans voor jou.
de kantA2
side
Aan welke kant van de straat woont u?
het kantoorA2
office
Ons kantoor is vlak bij het station.
de kantoorurenA2
office hours
Bel tijdens kantooruren.
kapotA2
broken
Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.
het karakterB1
character
Zij heeft een sterk en vrolijk karakter.
de kassaA2
checkout
Bij de kassa is een lange rij.
de kassamedewerkerA2
checkout assistant
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
de kastA1
cupboard, wardrobe
Je jas hangt in de kast.
de keelA1
throat
Ik heb pijn in mijn keel.
de keelpijnA2
sore throat
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
de keerA1
time (occurrence)
Ik ga twee keer per week sporten.
de kelderA1
cellar, basement
De fietsen staan in de kelder.
kennenA1
kende · hebben gekend
to know (a person/thing)
Ken je die man?
de kennisA1
knowledge
Hij heeft veel kennis van computers.
acquaintance
Een kennis van mij werkt bij die school.
de kennistoetsB1
knowledge test
De kennistoets bestaat uit veertig vragen.
de kerkA1
church
De kerk staat op het plein.
de keukenA1
kitchen
De keuken is net schoongemaakt.
de keuzeA2
choice
Er is genoeg keuze.
kiezenA1onregelmatig
koos · kozen · hebben gekozen
to choose
Je moet zelf kiezen.
kijkenA1onregelmatig
keek · keken · hebben gekeken
to look, to watch
We kijken vanavond naar een film.

