Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

1053 woorden · pagina 42 van 43

  • de woonruimteA2

    living space

    Woonruimte is in deze stad schaars.

  • het woordA1

    word

    Ik ken dit woord nog niet.

  • het woordenboekA2

    dictionary

    Zoek het woord op in het woordenboek.

  • de worstA1

    sausage

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    carrot

    Doe de wortels in de soep.


    root

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de yoghurtA1

    yoghurt

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • de zakA1

    pocket; bag

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • de zalfA2

    ointment

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • de zaterdagA1

    Saturday

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • het zebrapadA2

    zebra crossing

    Steek over bij het zebrapad.

  • de zeeA1

    sea

    De zee is vandaag onrustig.

  • de zeepA1

    soap

    Was je handen met zeep.

  • het ziekenhuisA2

    hospital

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • de ziekteA1

    illness, disease

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • de zijdeA2

    silk

    De sjaal is van zijde.


    side

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • de zinA2

    sentence

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    desire, feeling like (zin hebben)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • de zolderA1

    attic

    De oude spullen liggen op zolder.

  • de zomerA1

    summer

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zonA2

    sun

    De zon schijnt eindelijk.

  • de zondagA1

    Sunday

    Zondag zijn veel winkels dicht.

  • de zoonA1

    son

    Hun zoon gaat naar school.

  • de zorgA2

    care (healthcare)

    De zorg in Nederland is goed geregeld.


    worry

    Maak je geen zorgen, het komt wel goed.

  • de zorgtoeslagA2

    healthcare allowance

    Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.

  • de zorgverzekeringA2

    health insurance

    Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.

  • het zoutA1

    salt

    Er zit te veel zout in.


    salty

    De soep is me veel te zout.