Woordenschat
1756 woorden · pagina 38 van 71
nergensA2
nowhere
Ik kan het nergens vinden.
netA1
just (a moment ago)
Hij is net weggegaan.
netjesA1
tidy, neat
Je kamer ziet er netjes uit.
het netwerkA2
network
Het netwerk lag er een halve dag uit.
de neusA1
nose
Mijn neus is verstopt.
de nichtA1
cousin (female), niece
Mijn nicht woont in Rotterdam.
niemandA1
nobody
Er is niemand thuis.
de nierA1
kidney
Hij heeft problemen met zijn nieren.
nietA1
not
Ik begrijp het niet.
nietsA1
nothing
Ik heb niets gezegd.
nieuwA1
new
Ik heb een nieuwe telefoon.
het nieuwsA1
news
Ik volg het nieuws elke ochtend.
nieuwsgierigA2
curious
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
niksA2
nothing (informal)
Ik heb vandaag nog niks gegeten.
het niveauA2
level
Op welk niveau zit je nu?
nodigA1
necessary, needed
Ik heb je hulp nodig.
noemenA2
noemde · hebben genoemd
to call, to name
Hoe noem je dit ding in het Nederlands?
nogA1
still, yet
Ik ben nog niet klaar.
nogmaalsA1
once again
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nooitA1
never
Ik drink nooit alcohol.
het noordenA2
north
Groningen ligt in het noorden van Nederland.
de nootA1
nut
Ik ben allergisch voor noten.
note (in music)
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
normaalA2
normal
Dat is hier heel normaal.
nouA2
well (interjection)
Nou, dan zie ik je morgen wel.
novemberA1
November
November is een donkere maand.

